Vervolg op Cornelis Smit

De foto van de man met anderhalve poot en bokszak die u hier ziet, was mijn vader Kees (Cees) Smit (van 1944, te Overschie). Tot aan zijn heengaan in 2010 was hij een levensgenieter pur sang. Dat kwam al tot uiting toen hij op jonge leeftijd (15 jaar, schat ik; in ieder geval in zijn jeugdjaren) besloot om het ruime sop te kiezen en dus de zee op te gaan. Van één schip weet ik zeker dat hij daar op heeft gevaren, dat was de Valbella. Dat schip –een coaster- had als eigenaar de firma Schellen Scheepvaart en Bevrachting. Daarmee kwam m’n vader als matroos in landen als Borneo en Hawaii.

De Valbella

Tussendoor moest hij ook de militaire diensplicht vervullen, maar daar kwam na ongeveer 3 á 4 weken al een einde aan. Wat hij hiervoor heeft moeten doen om te worden weggestuurd, zal ik u besparen. Wellicht dat ik er nog op terug kom. Maar dit terzijde. Helaas heeft hij zijn monsterboekje ingeleverd na z’n laatste trip. Al geruime tijd ben ikzelf op het internet bezig om uit te vissen of er een archief bestaat waar een ieder die op zee heeft gevaren –ongeacht in welke functie- zijn/haar monsterboekje kan terugvinden. Wat ik wel heb gevonden, is dat de activiteiten van Schellen thans zijn overgenomen door de firma Rhenus, dat gevestigd is in de Waalhaven te Rotterdam. Wie weet, dat daar een archief bestaat. Zijn leven als matroos speelde zich af tussen eind jaren ’50 en begin jaren ’60 van de vorige eeuw. De schrijver van dit artikel kwam in 1970 ter wereld.

Mijn persoonlijke herinneringen aan m’n vader zijn louter positief. Afgezien dan van de nodige corrigerende tikjes. 3 momenten wil ik hier met u delen. Het eerste speelde zich af in het begin van de jaren ’80 in Schiedam (Fabristraat), waarin hij een nieuwe hobby had gevonden, nl. zelf wijn maken. Daarvoor had hij de benodigde spullen reeds in huis gehaald. Voor zover ik kan graven in mijn herinnering, betrof het perenwijn. Na het eindproduct te hebben gebotteld in een paar flessen, toog hij met zijn vrouw (uiteraard mijne moeder) naar de Mariastraat (eveneens in Schiedam), om aldaar met de voormalige buren de fles soldaat te maken. Het heeft hen lekker gesmaakt; alleen was m’n vader tijdens het proces blijkbaar iets uitgeschoten met de suiker … Alle aanwezigen daar waren aardig teut, om het zo te zeggen.

In de periodes van eind jaren ’60 t/m de zomer van 1986 heeft hij niet stil gezeten, en was werkzaam bij o.m. havenbedrijf Burger (waar ook zijn broers Martin en Freek (Fred) werkzaam waren. Ook was hij als internationale vrachtwagenchauffeur werkzaam bij de firma Lensveld te Vlaardingen, en als laatste was hij actief in de wegenbouw bij de firma Rip.

Het tweede moment speelde zich af in de zomer van 1986, waarin de verhuizing van de Leendert Langstraathof naar de Koperslagerhof (eveneens in Schiedam) een feit was. Hij moest enkel nog een antenne van het dak halen; het betrof een antenne ten behoeve van een goede ontvangst van het radioverkeer op de 27mc-bakkies, die toendertijd populair en in zwang waren. Had hij dát maar niet gedaan; halverwege begon de ladder te schuiven, waardoor hij in no-time moest beslissen welke kant hij op zou springen. M’n vader verkoos de straatkant, en dat was zéér pijnlijk. Met z’n rechterbeen kwam hij terecht op een vervuilde steen, met als gevolg een gapende wond, waarbij ook wat bot uitstak. Met de ambulance is hij vervolgens overgebracht naar het –inmiddels ter ziele gegane- Nolet ziekenhuis te Schiedam, alwaar hij de brand in een shaggy stak om van de schrik te bekomen. Na 2 dagen echter rook de behandelende chirurg de geur van rottend vlees, dat duidde op de aanwezigheid van koudvuur. In een paar minuten is er een plek gereserveerd in het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam in de decompressie-tank. Met een spoedtransport is m’n vader overgebracht naar het AMC, om aldaar in de decompressie-tank de hyperbare zuurstoftherapie te ondergaan. Dat heeft zijn leven gered. Begin November 1986 is de onderste helft van zijn rechterbeen afgezet.

Een revalidatie volgde, waarin hij in het begin werd geconfronteerd met fantoom-pijn. De enige remedie tegen deze pijn zijn de gedachten (kan niet, zit er niet). Zijn onderbeen was er inmiddels af, dus hoe kon hij daar pijn hebben? Na dit proces volgde een revalidatie met een prothese. In de jaren daarna had m’n vader een goudleven, oa. als ziekencontroleur bij de BGS in Schiedam (een sociale werkbedrijf voor mensen met een fysieke danwel verstandelijke beperking, thans opgegaan in Stroomopwaarts). Ook reed hij van 1988 t/m 1997 met een kunstpoot op de motor, wat hem prima beviel. Maar ook met een voertuig op 2 wielen kan er wel ‘es wat gebeuren. Zo ook ergens begin jaren ’90, waarin hij met de motor op de ’s Gravelandseweg reed. (en zo kom ik bij m’n derde herinnering, dat ik met u wil delen) Zelf wou hij rechtdoor rijden, maar een tegenligger besloot om – zonder knipperlicht- linksaf te slaan, in de richting van de Burgemeester Honnerlage Gretelaan (wederom in Schiedam). Met als gevolg dat zowel de motor als mijn vader op de grond lag. De bestuurster verontschuldigde zich geschrokken, en was uiteraard bezorgd over het lot van degene die door haar moment van onachtzaamheid op de grond lag. “Zou u zo vriendelijk willen zijn om mijn poot even op te halen die verderop ligt?”, vroeg mijn vader aan de vrouw in kwestie. Haar verbazing en schrik kon niet groter zijn nadat zij te horen kreeg dat het een prothese betrof, die door de lucht vloog. “Het is maar een kunstpoot, hoor”, stelde m’n vader haar gerust. ***

Midden jaren ’80 woonden wij in de Leendert Langstraathof te Schiedam. Zowel aan de achterkant als aan de voorkant was er een tuintje. Die aan de voorkant had geen hekwerk; enkel wat groen. Sommige automobilisten, die de edele kunst van het parkeren dan wel de bijzondere handelingen nog niet zo goed onder de knie hadden, kregen het voor elkaar om met hun vehikel even in het tuintje aan de voorkant te rijden, alvorens weer te vertrekken. Totdat mijne vader het beu was, en thuis kwam met 3 boorkoppen van een boortoren van een NAM-lokatie. Vanwege zijn werk in de wegenbouw had hij wel zo hier en daar contacten, en via één van hen had hij de drie boorkoppen (die behoorlijk zwaar waren) weten te ritselen, die reeds met pensioen waren en bijna naar de schroothoop waren verwezen. Mijn vader kon ze echter goed gebruiken. Na grondig te zijn gereinigd en verchroomd, stonden de drie boorkoppen te prijken in de voortuin, en namen zij de functie in van het gebruikelijke hekwerkje. Degenen die het zagen, vonden het maar vreemd, en sommigen waren nieuwsgierig wat het nou waren, en waar het voor dienden. Decoratief waren die boorkoppen allerminst, ze vielen wel op. Maar het belangrijkst van alles was, dat menig automobilist die dacht dat hij/zij wel even met de wielen een tuintje konden meepikken, hier gauw van waren genezen. En dat was het doel waarvoor mijne verwekker deze boorkoppen in de voortuin had geplaatst. Helaas bestaat er geen foto van; dit plaatje (een bewerking van een screenshot van Google Streetview) geeft u in ieder geval een idee hoe dit tafereeltje er uit heeft gezien.

Op 17 Januari 2010 blies hij op 65-jarige leeftijd zijn laatste adem uit in het Vlietland ziekenhuis te Schiedam (heden Sint Franciscus en Vlietland), na 2 dagen daarvoor te zijn opgenomen met een acute ontsteking aan de alvleesklier. Inmiddels zijn we ruim 10 jaar verder. Het gemis blijft, het went nooit, maar je leert er mee te leven. Zo zal het ongetwijfeld bij een ieder zijn die een dierbare heeft verloren. In mijn geval ben ik 2 maanden na het “hemelen gaan” van mijne verwekker, naar de martelkamer gegaan voor een tattoo op mijne linker-arm met het wapen van Overschie, de naam Kees Smit, zijn geboorte-datum en de datum van overlijden. Overigens ben ik wel trots op het feit dat zijn foto (als éénbenige bokser) als onderdeel van een collectie hangt in het Vlietland ziekenhuis. Die foto-serie is gemaakt door Sjaak van Beek, en er is ook een fotoboek over verschenen: “De Mens Achter De Patiënt”. Zelf ben ik in het ziekenhuis deze foto nog niet tegen gekomen. Het hangt dan ook op een afdeling waar ik nog nooit ben geweest. Langs deze weg een dank aan mijne neef Patrick, die dit artikel op deze site heeft geplaatst. Geschreven door Bas Smit

Reacties (3)

  1. Beste Aart

    Allereerst; mooie pagina op deze site van uw kant.
    Mooie verhalen zijn hier geschreven.
    Uiteraard ook namens mijne zus en moeders, een woord van dank voor het publiceren van bovenstaande verhaal.
    Ik ben benieuwd wat er nog meer boven water komt aan verhalen danwel op deze stamboom.
    Groet uit Zwart Nazareth

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *