Op de foto hierboven staat Johannes Bosman 1907-1993 op zijn groentekaar met een paar van zijn kinderen op de kar. Waar de foto is gemaakt weet ik niet.

Het volgende verhaal komt van Johannes Bosman en stond vermeld in de Arent Thoe Boecop nummer, 65 december 1998 

Op 4 oktober 1990 kijkt Johannes Bosman in het bejaardencentrum 'Het nieuwe Feitenhof ' terug op zijn leven in Elburg. 

Johannes werd op 18 september 1907 in Elburg geboren, zijn ouders waren Barend Bosman  (1871-1937) en  Jentje Bos (1875-1964) Johannes Bosman trouwde op 2 februari 1929 met Wijnanda Hooghordel (1899-1979), zij is een dochter van Beert Hooghordel en Jentje Sneller, Bosman had in Elburg de bijnaam 'Eerdmannegien'.

Johannes bewoonde een stadsboerderijtje aan de Gasthuissteeg en was behalve boer, handelaar in vis en groente. De vishandel zit hem nog best in het geheugen.

We vertrokken meestal omstreeks negen uur 's avonds met paard en wagen vanuit Elburg richting Deventer. Op de wagen lag gewoonlijk haring of bot. De haring vervoerden we los op de wagen, de bot lag op de wagen gestapeld in zogenaamde bot vlechten. Onderweg legden we in de regel tweemaal aan; als eerste bij de Rietstulp in Oene (wat helaas is afgebrand) en bij een cafe tussen Terwolde en Deventer. Daar kreeg het paard wat te drinken. Zelf aten en dronken we er ook het een en ander.

Botvlechten

Omstreeks zeven uur in de ochtend kwamen we in Deventer aan. Daar kon je een handkar huren. Met de haring of de bot trokken wij vervolgens de stad in. Vaak hadden we omstreeks vier uur de handel verkocht. Maar het gebeurde ook wel dat we in Deventer slecht verkochten. Dan gingen we tegen de middag naar Twello of Terwolde, want we konden niet met de vis blijven zitten. 's Avonds laat kwamen we weer terug in Elburg.

In de haringtijd gingen we meestal elke dag op pad. Deze tijd duurde meestal vier weken. Met bot vertrokken wij gewoonlijk drie keer per week. De bot vlechten werden schoon geschrobd in de grachten of in de haven. Er was in die tijd 'zienetbot' en 'sleupbot'. In de sleepbot zaten nog wel eens dode exemplaren. De handel in bot eindigde in de regel in oktober.

We moesten ons werk in vaak in weer en wind doen. Onweer, slagregens, storm, alle soorten weer hebben wij mee gemaakt. De huif op de wagen gaf enige bescherming tegen de weerselementen.

Soms vertrokken een aantal handelaren tegelijk vanuit Elburg. De achterste wagens volgde de voorste wagen vanzelf, zodat de voerlui konden gaan slapen.

Frank van Triest en mijn ooms Aart en Johannes Bosman vervoerden in die dagen haring en bot. Mijn broer 'Rooie Roelof 'ventte ook met paard en wagen. Hij ging meestal naar Zutphen.

Groentehandel

In de wintermaanden handelde ik in groentes. Met de nieuwe kleiaardappelen heb ik vaak goed verdiend. Na de oorlog kreeg ik met de groentehandel een vaste wijk in Epe. Daar is mijn zoon Barend later een groentezaak begonnen.

Een liefhebberij van me is altijd de handel in paarden geweest. Mijn zoon Joop dat later overgenomen. Johannes Bosman stierf op 2 mei 1993 op de leeftijd van 85 jaar. Hij was sinds 16 november 1979 weduwnaar.